WOZ waarde Vakantiewoning alsnog verlaagd in hoger beroep

In 2019 ontvingen wij van belanghebbende het verzoek om bezwaar aan te tekenen tegen de hoogte van de WOZ waarde van een vakantiewoning. Deze vakantiewoning kreeg een waarde van € 181.000 in 2019, terwijl vergelijkbare chalets voor € 120.000 – € 150.000 worden verkocht

Bezwaar en beroep ongegrond

Midden 2019 ontvingen wij van de gemeente de uitspraak op het bezwaar dat wij voor belanghebbende ingediend hadden. De gemeente was van mening dat de WOZ waarde niet te hoog was vastgesteld, gelet op de genoemde verkoopcijfers van referentiewoningen. Hier kon onze taxateur zich niet in vinden en is er in overleg met belanghebbende een beroep gestart. De uitspraak die wij ontvingen op het beroep was ook een handhavende uitspraak. Toch lieten wij het hier niet bij zitten en hebben we in overleg een hoger beroep gestart.

Hoger beroep alsnog gegrond, WOZ waarde verlaagd

Een hoger beroep wordt gevoerd bij het gerechtshof, ditmaal van Den Haag. De vakantiewoning werd eind 2019 gekocht. Deze zou dan onmiddellijk en in volle omvang in gebruik genomen moeten kunnen worden. Het eigen verkoopcijfer is in beginsel maatgevend voor het bepalen van de WOZ waarde. Tenzij uit andere feiten en omstandigheden aannemelijk wordt dat het eigen verkoopcijfer niet de waarde weergeeft. Het eigen verkoopcijfer komt in principe overeen met de vastgestelde WOZ waarde. Toch is het verkoopcijfer in dit geval niet bruikbaar. Voor deze vakantiewoning geldt namelijk geen verhuurverplichting. De omstandigheid dat de woning, toen deze op 11 december 2019 werd verkocht, al voor bepaalde perioden in de toekomst door derden gereserveerd was speelde hierin een rol. Dit betekent namelijk dat de koper de woning ten tijde van de verkrijging niet onmiddellijk en in volle omgang in gebruik kon nemen.

Referentiepanden niet bruikbaar

Daarnaast werden er drie referentiepanden gebruikt ter onderbouwing van de waarde. Deze referenties lagen alle op hetzelfde park. Naar oordeel van het Hof zijn deze objecten, gelet op de objectkenmerken, in beginsel voldoende vergelijkbaar om als onderbouwing te gebruiken. In de zitting hebben wij aangedragen dat deze vergelijkingsobjecten anders dan het onderhavige object, niet openbaar zijn aangeboden. Daarnaast betreft de verkoop van één object een btw-transactie tussen ondernemers. Het valt niet uit te sluiten dat hetzelfde geldt voor de andere twee vergelijkingsobjecten. Hierdoor zijn deze referenties niet bruikbaar.

De aanhouder wint

Naar aanleiding van de aangeboden grieven werd door het Hof in goede justitie wel de WOZ waarde naar beneden bijgesteld. De waarde werd van € 181.000 bijgesteld naar € 160.000. Na een bezwaar en een beroep dat ongegrond werd verklaard werd het hoger beroep toch gegrond verklaard, de aanhouder wint.

Debbie  van der Burgt
Debbie van der Burgt | WOZ consulent